“Mijn naam is Dijkstra*. En mijn voornaam is wachtmeester.”
Dat was het eerste wat mijn kaderlid tegen me zei. Mijn allereerste dag bij Defensie. Ik moest erom lachen. Eerlijk gezegd moet ik er nog steeds om lachen. Maar als ik er nu op terugkijk, vind ik het vooral gek. Hoe onpersoonlijk kun je zijn? Je eerste kennismaking met iemand, en het enige wat je meekrijgt is een rang.
Ik ben opgevoed bij Defensie. Een mooie club, laat dat duidelijk zijn. Ik heb er discipline geleerd. Denken in oplossingen in plaats van problemen. Doorgaan als het zwaar wordt. Dat gebruik ik nog elke dag.
Maar Defensie is ook onwijs hiërarchisch. Het zit er zo diep in dat je het letterlijk op je schouder draagt. Wie je bent, wat je mag en hoe er naar je geluisterd wordt: het hangt allemaal af van wat er op die schouder zit. Daar heb ik altijd moeite mee gehad. Want een rang zegt niks over hoe goed iemand is. Niks over wat iemand kan, wat iemand bijdraagt of wat iemand nodig heeft.
Daar heb ik iets aan overgehouden. Een hekel aan hiërarchie. En een overtuiging die ik nooit meer kwijtraak: behandel iemand naar kwaliteit. Niet naar rang.
Geen rangen, wel richting
Bij Sherpa hebben we geen strepen op de schouder. Onze collega’s krijgen vrijwel alle vrijheid die ze nodig hebben. Waar je werkt, wanneer je werkt, hoe je je week indeelt: dat bepaal je grotendeels zelf. Je bent professional. Dan word je ook zo behandeld.
Maar laat ik eerlijk zijn: flexibel betekent bij ons niet vrijblijvend. Integendeel. Die vrijheid komt met een flinke dosis verantwoordelijkheid. We sturen met z’n allen keihard en helder naar hetzelfde doel. Als dat staat, kan eigenlijk alles. Als dat niet staat, kan niks.
Ik ga niet doen alsof die balans altijd makkelijk is. Dat is hij niet.
Neem een offerte. Je voelt aan je water dat er iets niet klopt. Het verhaal is net niet scherp, de prijs voelt net niet goed. Maar je laat je overtuigen, want iedereen heeft er hard aan gewerkt en de deadline is morgen. Dus hij gaat de deur uit. En dan verlies je hem.
Dat zijn zure momenten. Die doen pijn. Echt.
Maar weet je wat het verschil maakt? Wat je daarna doet. Wij leren ervan en krabbelen op. Geen schuldige aanwijzen, geen eindeloze evaluatie. Gewoon eerlijk kijken wat er beter moest. En dan de volgende. Die moet beter. Veel beter. En die winnen we. Honderd procent.
Dat is vrijheid met verantwoordelijkheid. Je mag veel. Maar je doet het samen, je doet het voor het resultaat en je kijkt elkaar recht aan als het misgaat.
Broodje speciaal
Intern heb ik een bijnaam. Broodje speciaal.
Die heb ik niet gekregen omdat ik zo graag broodjes eet. Die heb ik gekregen omdat ik bij arbeidsvoorwaarden niet in vaste keurslijven denk. Iedereen is anders. Iedereen zit in een andere fase van zijn leven. Iedereen heeft andere dingen nodig om goed te kunnen werken. Waarom zou je dan iedereen in hetzelfde pakket proppen?
Ik geloof dat werkgeluk in maatwerk zit. Dus luister ik. Wat heb jij nodig? Wat maakt voor jou het verschil? En dan kijken we wat er kan.
Onze backoffice wordt er af en toe gek van. Dat snap ik. Het is niet altijd bij te houden. Sorry daarvoor, jullie zijn helden. Maar ik blijf het doen. Want het werkt.
Mijn favoriete voorbeeld? Een collega wilde een motor van de zaak. Geen auto, een motor. Geen enkel bedrijf kreeg dat geleased. Overal nee. Te ingewikkeld, kan niet, doen we niet.
Nou. Het is toch gelukt. En hoe vet is dat?
Dat is geen trucje om mensen binnen te halen. Dat is gewoon luisteren en dan je best doen. Iemand die zich gehoord voelt, gaat voor je door het vuur. Zo simpel is het.
Er zijn
Als je mij vraagt wat de belangrijkste arbeidsvoorwaarde is, dan is mijn antwoord niet het salaris. Niet de lease. Niet de laptop of het opleidingsbudget. Die moeten allemaal goed geregeld zijn, uiteraard.
De belangrijkste arbeidsvoorwaarde is: er zijn.
Persoonlijk contact. Echt contact. Even appen als het kind van een collega jarig is. Bellen als iemand een lastig moment heeft, thuis of op het werk. Meeleven met de huizenjacht. Vragen hoe het gaat, en dan ook echt luisteren naar het antwoord. Gewoon oprechte interesse hebben in de mens achter de collega.
Voor mij is dat geen taak. Het is mijn werkgeluk. Dat ik dat kan doen. Dat ik samen met deze mensen iets mag bouwen.
Het grootste besefmoment kreeg ik een tijdje geleden. Ik had een collega aan de lijn die ik enorm respecteer. Midden in het gesprek zei ze:
“Ik heb jou de afgelopen week meer aan de telefoon gehad dan mijn vorige manager in twee jaar.”
Ze bedoelde het als compliment. Ik vond het vooral pijnlijk. Want wat zegt dat over hoe het op veel plekken gaat?
Waarom dit gewoon normaal zou moeten zijn
Ik snap eerlijk gezegd niet zo goed waarom dit allemaal bijzonder is. Want dat is het blijkbaar wel.
Ik zie het om me heen. Statige pakken. Managers en directeuren die zijn doorgegroeid omdat dat nou eenmaal zo hoort. Omdat dat de volgende stap was. Niet omdat ze gevoel hebben voor mensen. Ze zitten in overleggen, sturen op spreadsheets en weten niet wat er speelt bij de mensen die het werk doen. Ze kennen de namen van de kinderen niet. Ze weten niet wie er net een huis heeft gekocht, wie er slecht slaapt of wie er toe is aan een nieuwe uitdaging.
Dat is geen leiderschap. Dat is een rang op je schouder. Alleen dan in een pak.
Goed werkgeverschap is geen beleid. Het is geen hoofdstuk in een personeelshandboek of een mooie waarde op de website. Het is gewoon normaal doen. Mensen behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Luisteren. Er zijn. Eerlijk zijn als het goed gaat, en net zo eerlijk als het niet goed gaat.
Wat het niet is
Laat ik ook dat eerlijk zeggen: dit is geen knuffelcultuur. Ik ben hard voor de zaak. Dat weet iedereen die met me werkt. We willen groeien, we willen winnen en we willen het beste werk leveren voor onze opdrachtgevers.
Daar hoort bij dat je op elkaar kunt rekenen. Dat je elkaars rug hebt. Dat je de verantwoordelijkheid pakt die bij je vrijheid hoort. En dat je elkaar aanspreekt als het beter moet. Persoonlijk en hard kunnen prima samen. Sterker nog: ze hebben elkaar nodig.
Ik wil een schouder zijn om op te huilen. En een duwtje in de rug als dat nodig is. Allebei. Altijd.
Tot slot
Ik heb bij Defensie geleerd hoe het niet moet. En dat is misschien wel het mooiste cadeau dat ik daar heb gekregen.
Bij Sherpa noemen we elkaar bij onze voornaam. Allemaal. Die van mij is gewoon Maikel. Geen wachtmeester.
Goed werkgeverschap is niet bijzonder. Het is normaal. Laten we het ook zo behandelen.
Herken je jezelf hierin en wil je weten hoe het is om bij Sherpa te werken? Neem gerust contact met me op. Bellen mag, appen ook. Ik neem op.
* Hij heet helemaal geen Dijkstra. Maar om de beste man nou zo voor de bus te gooien, is ook nogal wat.





